• Blog van Bauke Wolters

9 december 1998 staat in mijn geheugen gegrift. Het zegt u even niets? En wat als ik u vertel dat op die dag ZKH Prins Claus der Nederlanden tijdens de uitreiking van de Prins Claus Prijs in het Paleis op de Dam het dragen van een stropdas vergeleek met een slang die om de hals gedraaid is? Vlak voordat hij de winnaars van de hoofdprijs bekend maakte knoopte hij zijn stropdas los, zwaaide vervolgens het kledingstuk enige malen boven zijn hoofd en mikte het met een gracieuze worp naar de personen op de eerste rijen. Daar zaten zijn vrouw Beatrix, diverse ministers, ambassadeurs en andere hoogwaardigheidsbekleders. Velen van hen aarzelden niet: ook zij knopten hun das los, enkelen maakten nog een stripteasezwaai met ‘hun slang om de nek’ en mikten in de richting van de stropdas van Prins Claus.

Ik was verrukt: eindelijk is het mannetjesslabbetje uit de gratie! En toch heeft het nog ruim 10 jaar geduurd voordat het doorgedrongen is tot het bedrijfsmanagement. Ook ikzelf heb tot 2008 nog dagelijks stropdassen gedragen en had (en heb) een prachtige verzameling zijden stropdassen (en geen enkele met de klassieke/ouderwetse schuine strepen die mijn vader altijd droeg). Sinds 6 jaar werk ik bij Van de Groep & Olsthoorn en in die tijd heb ik drie keer een stropdas gedragen bij een klantbezoek omdat we dachten dat het nodig was, alle drie de keren volkomen overbodig. In de Industrie draagt men geen stropdassen meer.

Maar een vriend van mij is diplomaat in de tropen. Hoe warm het ook is, hij draagt een stropdas. Ondanks dat hij het een verzoeking vindt móet hij het wel doen: het geeft daar aan dat je een keiharde bent. Ook bij overheden, banken en financiële mensen zie je de stropdas nog terug. Maar zelfs mijn Duitse klanten dragen de “Schlips” niet meer.

“You never get a second chance to make a first impression”

Eigenlijk gaat me dit nog niet ver genoeg: ik zou graag een overmaat aan geel (mijn lievelingskleur) dragen, mij zeer onregelmatig willen scheren (ik heb er een hekel aan) en gewoon algemeen nonconformistisch willen zijn. Toch doe ik dit niet en daar zijn een paar eenvoudige redenen voor. De eerste reden is respect; wij geven als dienstverlener graag aan dat wij met aandacht voor de omgeving ons werk doen, en daarbij is het aanpassen aan de klant een regel. Ook bij een gesprek met een kandidaat geldt dat hij/zij zich netjes presenteert en daar passen wij ons ook bij aan. De tweede reden pas ik ook toe op kandidaten en bedrijven: als iemand zichzelf goed verzorgt, verzorgt hij/zij zijn werk waarschijnlijk ook goed. Vlekken, vieze nagels, slecht zittende kleding leiden alleen maar af. Een vies of rommelig bedrijf maakt ook geen goede indruk. De derde reden: het geeft een goed gevoel als je goed voorbereid bent: dit straal je uit tijdens een gesprek. De vierde reden: “you never get a second chance to make a first impression”.

Ik wil op deze plek ervoor pleiten dat we op basis van wederzijds respect ons “netjes” kleden. Ik wil er echter ook voor pleiten dat we elkaar hierin wat vrijheid gunnen: voordat u iemand beoordeelt of véroordeelt op het uiterlijk, even een stapje terug doen. Het is misschien niet uw persoonlijke smaak wat uw gesprekspartner draagt, maar over smaak valt toch niet te twisten? Zolang het goed verzorgd is mogen we elkaar best wel wat vrijheden en frivoliteiten gunnen. De stropdas is nu “uit”, net als de molensteenkragen uit het begin van de 17e eeuw, en baarden hebben hun korte opleving ook weer gehad. What’s next?